You Are Viewing

A Blog Post

Typen met de kraan open

Er was een moment in mijn leven dat ik wist: ik ben een huilebalk. Het was toen er een reclame voor Merci-chocolaatjes op tv kwam en ik mijn tranen niet kon bedwingen. Die reclames waren al jaren op tv, maar opeens raakte het me. Merciiiii dat jij er bent. Vast door die voorlezende vader aan het begin. En twee oudjes in de regen, wie is daar nou tegen bestand?

Afijn, ik huilde. Ik was zwanger, voer ik aan ter verdediging. Ik verwachtte toen nog dat terugkeer naar normale hormonen deze bijwerking zou herstellen, maar dat is er nooit van gekomen. Ik huil bij elke traan op tv, om de krant en om boeken. Als verdrietige dingen goed aflopen, als ruwe bolsters een blanke pit blijken te hebben, enzovoorts.
De Duitsers hebben hier een gezegde voor: ik ben dicht aan het water gebouwd. Mooi, toch? Ik voel me meteen een boom. Bij een riviertje.

De meisjes roepen uitdagend en niet zonder leedvermaak “Je moet bijna huilen!” als ze mijn stem zelfs maar een piepklein beetje horen breken tijdens het voorlezen. Als Jonathan en Kruimel samen de dood tegemoet springen in De Gebroeders Leeuwenhart (en trouwens ook in alle andere hoofdstukken van dat boek), als Harry Potter weer eens aan een vijand ontsnapt, als mees Kees zonder woorden precies weet wat Tobias nodig heeft of als de katjes Pim en Pom eindelijk hun vrouwtje terugvinden.

Nu lees ik voor mijn werk ook nogal veel. En het blijkt niet uit te maken of ik een boek voorlees bij mijn dochter op bed of dat ik achter de computer door een digitaal exemplaar scrol op zoek naar het beste stukje om te citeren. Dus zo kun je mij aantreffen als je onverwacht aanbelt: achter de laptop, met mijn hart op tafel en de kraan wijd open.

Om welk boek zat ik vandaag te grienen, dat ik nu dit stukje schrijf? De dichtbundel Doodgewoon van Bette Westera, geïllustreerd door Sylvia Weve. Helemaal niet overdreven om daarom te huilen, want het is práchtig en soms hartverscheurend.

Ik mis je achter op de fiets,
ik mis je in de trein.
Ik mis je bij de H&M
en bij de Albert Heijn.

Ik mis je onder rekenen,
ik mis je onder lezen.
Ik mis je in de winter,
bij het voeren van de mezen.

Ik mis je als ik jarig ben
en als de oma’s komen.
Ik mis je als ik wakker lig,
ik mis je in mijn dromen.

Ik mis je zonder woorden,
elke dag en elke nacht.
Ik mis je als ik grapjes maak
en niemand om me lacht.

Ik mis je in de kamer,
als ik naar je foto kijk.
Ik mis je als we – ik en papa –
fietsen op de dijk.

Ik mis je op vakantie,
in ons huisje op de hei
en als we door de regen lopen
zonder jou erbij.

Ik mis je elke dag opnieuw
wanneer ik wakker word.
Ik mis je schoenen in de gang,
je beker naast je bord.

Ik mis jouw tandenborstel
naast de mijne in het glas.
Ik mis je voeten op de trap.
Ik mis je blauwe jas.

Ik mis jouw kleren in de kast,
je broeken en je truien.
Ik mis je geur, ik mis je stem,
ik mis je boze buien.

Ik mis je bij je graf
als ik je naam zie op de steen.
Ik mis je als ik samen ben
met papa, en alleen.

Ik mis je als ik ijsjes eet,
en appels en bananen.
Ik mis je als ik huilen moet,
ik mis je zonder tranen.

Ik mis je als je jarig was
en iedereen er is.
Ik mis je als ik eventjes
niet merk dat ik je mis.

Ik mis je als ik keelpijn heb,
ik mis je als ik val.
Ik mis je nergens echt het ergst,
maar altijd overal.

Doodgewoon – Bette Westera & Sylvia Weve

1 Comment
  • eveline on 14 februari 2015

    Te lui om dit gedicht over te typen uit het boek, kom ik zomaar op je blog terecht. Wat een leuke verrassing zo laat op de avond. Je schrijft fijn, en niet alleen je naam voelt bekend 🙂

    Groeten,
    Een toevallig passerende naamgenoot

Leave a Reply

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Neem contact op

Mail me

Stuur een bericht