You Are Viewing

A Blog Post

Lof voor het seizoen

Het regent buiten, er is een dakpan stuk door de storm, de fietsen roesten en ik waai uit mijn jas. Of ik verregen. De gang staat vol opengeklapte natte paraplu’s en een tripje naar de bakker duurt een half uur door alle extra kledingstukken die aan en weer uit moeten. En nat word je dan toch nog steeds.
Ik snap het wel hoor, dat mensen hier niet van houden. Ik ook niet, van de dingen die ik net noemde. Maar wel van de herfst.

Het begint met de kleuren. Geel, zo opgewekt dat we lekker afgekoeld zijn na de zweet-en-blote-benen-tijd. Dan oranje en rood. Daadkracht, enthousiasme. Ik heb zin om te werken, nieuwe dingen aan te pakken. Daarna bruin, geborgenheid. Overal om je heen oranjebruin, boven en onder, dat is veilig. Het doet een klein beetje pijn als de veegwagen weer komt.

En natuurlijk: lichtjes aan. Regenlaarzen. Vanuit de kou binnenkomen met rode konen. Warme truien, chocoladepepernootjes. Soep met broodjes. Ik kan nog wel even doorgaan, herfst is gewoon mijn favoriete seizoen. Het woord alleen is al prachtig, met zo’n reeks medeklinkers die toch heel mooi op elkaar aansluiten. Er rijmt niets op herfst. Behalve in dit gedicht van Koos Meinderts:

Herfst

In de lente hing de dichter
zijn werk op aan de boom,
onbeschreven blaadjes
als wasgoed wit en schoon.

De dichter in de zomer
verlangde naar de herfst.
Dan staat er op zijn blaadjes:
De natuur is op zijn sterfst.

(Uit: Ik zoek een woord, samenstelling Hans en Monique Hagen, Querido)

Leave a Reply

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Neem contact op

Mail me

Stuur een bericht